CD&V-Kamerlid Jef Van den Bergh roept op om het mobiliteitsbudget eenvoudiger, flexibeler en aantrekkelijker te maken. Vanochtend raakte bekend dat twee jaar na de lancering slechts 0.15% van de werknemers met een salariswagen gebruik maakt van het budget. “Ondanks de interesse bij werknemers en de lichte vooruitgang, blijft het cijfer veel te laag”, reageert Van den Bergh. “Steeds dezelfde pijnpunten komen aan het licht. Wij hebben een wetsvoorstel klaar om deze hinderpalen weg te werken.”

Het mobiliteitsbudget moet werknemers stimuleren om voor duurzaam woon-werkverkeer te kiezen. Met dit virtueel budget kunnen werknemers zelf kiezen uit een waaier aan vervoersmodi om zich van en naar het werk te verplaatsen.

Het voorstel van CD&V omvat allereerst een verruiming van het budget door een uitbreiding van ‘duurzame modi’. Jef Van den Bergh: “Heel wat werknemers nemen eerst de auto om naar de halte of het station te rijden om daar dan over te stappen op de trein, tram of bus. De parkeerkosten worden dankzij het nieuwe wetsvoorstel meegenomen, zodat de hele verplaatsing gedekt wordt. Ook een voetgangerspremie voegen we toe aan de lijst.”

Een ander pijnpunt is de wachttijd. In de praktijk moeten werkgevers eerst een of meer salariswagens voorzien voor een ononderbroken periode van 36 maanden, vooraleer zij het mobiliteitsbudget kunnen invoeren in hun onderneming. De werknemer moet dus eerst met een bedrijfswagen hebben rondgereden om deze te kunnen inwisselen. “Omdat dit duidelijk indruist tegen het doel van het mobiliteitsbudget, worden de wachttermijnen voor zowel werkgever als werknemer geschrapt”, vertelt Jef Van den Bergh.

Het mobiliteitsbudget beschouwt dichtbij het werk wonen als een duurzame mobiliteitsoplossing. Momenteel kunnen werknemers enkel huisvestingskosten (hypotheek- of huurlasten) inbrengen als zij binnen een straal van 5km van hun werkplek wonen. Aangezien de afstand voor gemiddeld woon-werkverkeer 20 km bedraagt, willen we deze actieradius uitbreiden