Vandaag bespreekt de commissie Mobiliteit over de beleidsovereenkomst NMBS en Infrabel. cd&v-Kamerlid en verkeersspecialist Jef Van den Bergh onderschrijft de ambities om meer treinen in te zetten, de toegankelijkheid drastisch te verbeteren en de tijdelijke snelheidsbeperkingen weg te werken. Hij wijst op het belang van kwaliteitsvolle dienstverlening, niet enkel met het oog op 2032, maar vanaf vandaag. Tot slot meent hij dat NMBS volop moet blijven inzetten op gunstige tarieven voor gezinnen en jongeren.

Na veertien jaar liggen er eindelijk nieuwe beheersovereenkomsten voor NMBS en Infrabel klaar. De vorige beheerscontracten dateren van 2008 en waren bedoeld voor vijf jaar, maar werden sinds 2012 jaarlijks verlengd. De duur van de nieuwe overeenkomsten hangt samen met de toewijzing van de openbare dienst (binnenlands reizigersvervoer) aan de NMBS voor tien jaar, tot 2032. “Het is goed dat er een omvattend, ambitieus plan ligt na jaren van ad hoc verlengingen. Het spoorverkeer heeft nood aan visie op lange termijn. Dit plan zet verdere stappen naar een multimodale mobiliteit van de toekomst, waar cd&v ook al jaren voor ijvert, met 30% meer treinreizigers tegen 2032,” zegt Jef Van den Bergh. De grootste groei verwacht de NMBS in het vrijetijdsverkeer. Daarom moet bij aankopen van nieuw rollend materieel echt ingezet worden op comfort voor de reiziger, zoals meer bagageruimte onder de stoelen/zetels, meer plaatsen voor (plooi)fietsen. “Multimodale mobiliteit vereist ook samenwerking en overleg. NMBS en Infrabel moeten een sterke dialoog opbouwen met de De Lijn, de andere mobiliteitsspelers gegroepeerd in Hoppin’-punten, en zeker ook met de lokale besturen. Zo kunnen alle stakeholders bijdragen aan een spoorbeleid dat beter ingebed is in het lokaal beleid voor mobiliteit en ruimtelijke ordening. Dat moet leiden tot de ontwikkeling van stations en levendige stationsbuurten tot echte knooppunten voor verschillende vervoersmiddelen, en tot een (betere) dialoog over de impact en de veiligheid van overwegen.”

Of NMBS en Infrabel deze ambities kunnen waarmaken, hangt uiteraard af van de financiering van de verschillende voorziene investeringen. “Nieuw treinmateriaal, infrastructuurwerken en capaciteitsverhogingen vergen grote investeringen. Dat geldt ook voor het verhogen van perrons, het voorzien van liften en andere toegankelijkheidswerken. Er wordt een investeringstraject vastgelegd van quasi 2 miljard per jaar, voor 10 jaar, dus over meer dan één legislatuur, en waar ook volgende regeringen op zullen moeten inzetten om de doelstellingen te bereiken.”

Voor Jef Van den Bergh ligt de absolute prioriteit in hogere kwaliteit van dienstverlening. “Het plan zet sterk in op meer treinen, op kwantiteit, op het opdrijven van de capaciteit. Reizigers vragen echter vooral kwaliteit. Daar knelt het schoentje vandaag. Treinreizigers willen de zekerheid dat hun trein niet op het laatste moment afgeschaft wordt of halverwege het traject stopt. De allereerste voorwaarde voor aantrekkelijk treinvervoer, is betrouwbaarheidDat vraagt voldoende operationeel personeel. De spoormaatschappijen kunnen zeker nog aan efficiëntie winnen, maar er kan onmogelijk nog gesnoeid worden in het ‘rijdend personeel’. Vandaag worden er al treinen geschrapt wegens personeelstekorten. Dat is niet aanvaardbaar."

Wat staat er in het plan?

  • De nieuwe overeenkomst verhoogt de treincapaciteit. Zowel de frequentie als de amplitude (de tijdspanne tussen de vroegste en laatste trein) moeten hoger. Dat betekent meer treinen vroeg in de ochtend, meer treinen laat in de avond en meer treinen die minstens tweemaal per uur rijden.
  • Ook bevat het plan het voornemen om stations toegankelijker te maken: het aantal autonoom toegankelijke stations moet verdubbelen, zodat bijna 80% van de opstappende reizigers van een toegankelijk stations gebruik zal kan maken (vandaag 30%).
  • Verder willen NMBS en Infrabel de combinatie van trein en fiets aantrekkelijker maken, met een verhoging van de fietscapaciteit op de trein met 50%  en minimaal acht fietsstalplaatsen per trein op nieuwe treinen. Het aantal fietsparkeerplaatsen moet eveneens omhoog met bijna 50% ten opzichte van 2021, tot 164.000 plaatsen. Ook het aantal autoparkeerplaatsen wordt verder opgedreven. In dat kader blijft cd&v pleiten voor aantrekkelijke pendelparkings waar spoor en autosnelweg bijeenkomen. Op die manier kan de trein effectief impact hebben om de files te verminderen.
  • De stiptheid moet tegen 2032 op 91,5% liggen (max. 5,59 min vertraging). Dit is een eerder bescheiden ambitie: 0,1 procentpunt lager dan in 2022 verwacht wordt, maar te kaderen in een verhoging van het aanbod en van het aantal reizigers en treinen. Ter vergelijking: in coronajaren 2020 en 2021 lag de stiptheid op respectievelijk 93,6 en 92,6 procent, in pre-coronajaar 2019 op 90,4%.
  • Tegen 2027 willen NMBS en Infrabel de tijdelijke snelheidsbeperkingen die nu gelden op sommige trajecten, omwille van onderhoudsachterstand op de infrastructuur, wegwerken (bv. Mechelen – St-Niklaas).
  • Het normale ticket, het woon-school-abonnement, het woon-werkabonnement en nog enkele prijsformules blijven ‘geregelde tarieven’, de prijs blijft ‘gecontroleerd’ door de overheid door bepalingen in de overeenkomst. Vooral voor de daluren, vakanties en weekends krijgt de NMBS meer vrijheid om aantrekkelijke, commerciële tariefformules uit te werken. Bij dit alles vraagt cd&v voldoende aandacht voor de gezinnen (Net voor de gezinnen verliest de trein het van de auto voor verplaatsingen allerhande).